Een vraag die veel beleggers stellen — en terecht. Het antwoord zit in hoe overheden goud en zilver fundamenteel anders bekijken.
De basisregel: goud is vrijgesteld, zilver niet
In België — en in de meeste Europese landen — geldt voor beleggingsgoud een vrijstelling van BTW. Je betaalt dus geen 21% bovenop de aankoopprijs. Voor zilver bestaat die vrijstelling niet: daar betaal je wel het standaard BTW-tarief van 21%.
Dat verschil is niet toevallig. Het heeft een duidelijke reden.
Waarom is goud vrijgesteld?
Goud heeft in de economie een bijzondere status. Centrale banken en overheden houden goud aan als onderdeel van hun monetaire reserves. Goud wordt wereldwijd gezien als een veilige haven — een alternatief voor valuta in tijden van crisis.
Omdat goud die rol vervult, heeft de Europese Unie beslist om beleggingsgoud vrij te stellen van BTW. Het idee: goud is geen gewoon consumptieproduct, maar een financieel instrument. En op financiële instrumenten hef je geen verbruiksbelasting.
Die vrijstelling geldt specifiek voor beleggingsgoud — denk aan goudstaven en gouden munten met een zuiverheid van minstens 99,5%. Gouden sieraden vallen daar niet onder.
Waarom betaal je dan wel BTW op zilver?
Zilver wordt anders bekeken — en dat heeft alles te maken met het industriële gebruik. Zilver zit verwerkt in elektronica, zonnepanelen, medische apparatuur en sieraden. Het is een grondstof met een breed toepassingsgebied, niet louter een beleggingsmiddel.
Omdat zilver die industriële rol heeft, valt het gewoon onder de gewone BTW-regels — net zoals andere grondstoffen en goederen.
Wat betekent dat concreet voor jou als belegger?
Bij goud betaal je geen BTW bij aankoop. Je kostenbasis is meteen lager, je rendement is makkelijker te berekenen, en fiscaal is goud gewoon efficiënter als belegging.
Bij zilver ligt dat anders. Je betaalt 21% BTW bovenop de aankoopprijs. Dat betekent dat de zilverprijs eerst meer dan 21% moet stijgen voor je ook maar aan breakeven zit. Dat is een serieuze drempel die je niet mag onderschatten.
Maar krijg ik die BTW niet terug als ik mijn zilver verkoop?
Dit is een misverstand dat veel mensen maken — en het is begrijpelijk. De redenering klinkt logisch: als je zilver verkoopt aan een goudhandelaar, betaalt die toch BTW? En recupereer je zo je 21% niet terug?
Helaas niet. Een goudhandelaar die zilver inkoopt van een particulier, werkt onder de winstmargeregeling. Dat betekent dat hij geen BTW betaalt op de prijs die hij jou geeft — hij rekent BTW enkel op zijn eigen handelsmarge bij doorverkoop. Als particulier ontvang jij dus een prijs zonder enige BTW-component.
Als BTW-plichtige vennootschap ligt dat anders: je kan de BTW bij aankoop als voorbelasting aftrekken. Maar dan moet je bij verkoop zelf BTW aanrekenen aan de koper. Voor de vennootschap is het fiscaal neutraal — maar voor de meeste particuliere beleggers is en blijft die 21% een definitieve kost.
Is zilver dan nooit interessant?
Dat is niet wat dit artikel zegt. Zilver heeft zijn eigen eigenschappen: het is veel goedkoper per eenheid dan goud, het heeft een grote industriële vraag die de prijs kan stuwen, en het gedraagt zich soms anders dan goud in een portefeuille.
Maar wie in zilver belegt, moet de BTW meenemen in de rekensom — en zich afvragen of dat fiscale nadeel opweegt tegen de verwachte meerwaarde. Dat is een persoonlijke afweging die afhangt van je doelen, je horizon en je totale portefeuille.