fincoach
Vastgoed privé aankopen · beslissen met cijfers

Klassieke lening
of bullet met IPT?

Hetzelfde pand. Twee financieringen.
Wat bespaar je, en welke onzekerheid staat daartegenover?

Voor een bedrijfsleider die bijkomend vennootschapsgeld nodig heeft om privé vastgoed te financieren. Beide routes starten met dezelfde privé-inbreng en mikken op hetzelfde schuldenvrije pand.

En als je geen vastgoed koopt?

Vergelijk bullet + IPT met hetzelfde vennootschapsbudget volledig in een IPT. Zonder aankoop behoud je daarnaast je bestaande privé-inbreng als privébelegging. Het netto rendement daarvan staat standaard op 4% per jaar en is afzonderlijk aanpasbaar.

Wat verandert de uitkomst?

Iedere rij wijzigt één aanname ten opzichte van jouw huidige invoer. Alle andere uitgangspunten blijven gelijk. Dit zijn gevoeligheidsberekeningen, geen voorspellingen of waarschijnlijkheden.

De kwaliteit van het advies begint bij de invoer

Komt de aanvulling werkelijk uit extra loon? Dit model rekent alle privétekorten om naar extra brutoloon. Gebruik het resultaat niet als algemene vergelijking als de klant uit bestaand inkomen, spaargeld, dividenden of een andere bron betaalt.

Het pand en de looptijd

Lening en financiering vanuit de vennootschap

Vereenvoudigde structurele berekening voor extra bezoldiging van een zelfstandige bedrijfsleider. Sociale bijdragen zijn aftrekbaar in de eigen berekeningsbasis. Geen automatische schijf- of plafondtoets, regularisaties of beheerskosten van het sociaal verzekeringsfonds. Kies het marginale tarief dat voor het extra inkomen geldt.

IPT: opbouw, kosten en uitkering

De benodigde premie wordt berekend om de volledige bullet af te lossen. Vul de werkelijke ruimte in als die bekend is. De tool voert zelf geen 80%-toets uit.

De onderbouwing van de vergelijking

Dit zijn berekende scenario’s, geen historische marktresultaten. Elke uitkomst is herleidbaar tot de ingevoerde aannames en de kasstromen hieronder.

Jaarlijkse kasstromen

Rekenwijze

  1. Krediet = aankoopprijs + alle aankoop- en kredietkosten − bestaande privé-inbreng.
  2. Klassiek: maandelijkse kapitaal- en rentebetaling volgens een annuïteit. Bullet: maandelijks alleen rente op het volledige kapitaal.
  3. Nettohuur = brutohuur × (1 − kostenpercentage), jaarlijks geïndexeerd. Dat percentage moet alle vastgoedkosten, leegstand en vastgoedbelastingen omvatten.
  4. Extra brutoloon = max(kredietbetaling − nettohuur, 0) ÷ nettoaandeel uit loon. Dit nettoaandeel wordt berekend uit de drie afzonderlijke loonparameters.
  5. Netto IPT-storting = betaalde premie ÷ (1 + premietaks) × (1 − instapkosten).
  6. Netto IPT-kapitaal = bruto reserve × (1 − RIZIV − solidariteit) × [1 − eindbelasting × (1 + gemeentebelasting)].
  7. De IPT-premie is zo berekend dat het geraamde netto kapitaal op de einddatum gelijk is aan het volledige krediet. Stortingen gebeuren aan het einde van elke maand.
  8. Kredietrentes en rendement zijn effectieve jaarrentes: maandrente = (1 + jaarrente)1/12 − 1. Bij 0% rendement is de opbouw gewoon de som van de stortingen.

Van bruto naar netto: sociale bijdragen én belastingen

Met B = extra brutobezoldiging, s = marginale sociale bijdrage, t = marginale personenbelasting en g = gemeentebelasting (alle als decimale breuken): belastbaar inkomen T = B ÷ (1 + s); sociale bijdragen = B − T; personenbelasting = T × t; gemeentebelasting = T × t × g. Netto = B × [1 − t × (1 + g)] ÷ (1 + s).

Dit is een vereenvoudigd structureel model waarin betaalde bijdragen aansluiten op de bijdrageplicht. In werkelijkheid spelen betalingstijdstip, regularisaties, beroepskosten en inkomensschijven mee. Het tarief van 20,5% wordt dus niet rechtstreeks op bruto toegepast, en evenmin bij de personenbelasting opgeteld. Boven het bijdrageplafond kan het marginale bijdragepercentage op bijkomend inkomen 0% zijn. Dezelfde loonparameters gelden voor beide financieringsroutes.

Behouden privé-inbreng zonder vastgoed

Eindwaarde privébelegging = behouden privé-inbreng × (1 + netto privérendement)looptijd in jaren. Het startbedrag wordt eenmaal bij aanvang belegd; rendement wordt herbelegd. Het privérendement moet na alle kosten en belastingen worden ingevoerd. Er wordt geen IPT-premietaks of IPT-eindheffing op deze afzonderlijke privébelegging toegepast. Hetzelfde netto privérendement geldt ook voor positieve huurcashflow. Een maandelijks overschot wordt op het einde van die maand belegd en rendeert pas vanaf dan. Eindwaarde huurbelegging per maand = vorige waarde × (1 + maandrendement) + positief huuroverschot.

Wat telt wel en niet mee?

  • De totale bruto vennootschapsuitgave omvat extra loon en, bij bullet + IPT, alle betaalde IPT-premies. Het verschil is een som van nominale uitgaven; geen rendement of netto contante waarde.
  • De vennootschapsbelastingbesparing wordt symmetrisch toegepast op loon en IPT, aangenomen dat beide volledig aftrekbaar zijn en voldoende belastbare winst beschikbaar is. De werkelijke aftrekbaarheid is dossierafhankelijk.
  • Dezelfde bestaande privé-inbreng komt in beide scenario’s bovenop de vennootschapsuitgaven. Het bedrag wordt niet opnieuw als loon belast.
  • Een huuroverschot wordt maandelijks privé herbelegd aan hetzelfde netto privérendement als de behouden inbreng zonder vastgoed. Het wordt niet gebruikt om latere tekorten of IPT-premies te betalen. De uitgaven tonen dus de bruto bijstortingen volgens die afspraak.
  • Het pand wordt behouden: de eindwaarde is een vermogenswaarde, geen verkoopopbrengst. Geen verkoopkosten of verkoopbelasting. Bespaard vennootschapsgeld wordt niet belegd of als privévermogen meegeteld.
  • De IPT start hier zonder bestaande reserve. Na de bulletaflossing is de doelreserve opgebruikt. Andere pensioenrechten vallen buiten het model.
  • Geen afzonderlijke overlijdensdekking, winstdeelname of bijzondere aanvullende heffingen. Het IPT-rendement is na doorlopende beheerkosten maar vóór de apart berekende eindheffingen.

De uitvoerbaarheid controleren

  • 80%-regel, bezoldigingsvoorwaarden, fiscale aftrekbaarheid en beschikbare premieruimte: afzonderlijk te beoordelen. Een handmatig ingevulde grens is geen fiscale goedkeuring.
  • 10% eindbelasting is een voorwaardelijk gunsttarief. Pas de uitkeringsheffingen aan het concrete dossier aan.
  • Het pensioenreglement, de verzekeraar en de kredietgever moeten de vastgoedfinanciering toelaten. De IPT-uitkering moet werkelijk beschikbaar zijn op de vervaldag van het krediet. De gekozen leeftijd bevestigt geen recht op uitkering.
  • Dit is wedersamenstelling van een bullet via IPT. Een voorschot op een bestaande reserve wordt niet berekend.
  • Het geraamde rendement is geen waarborg. Ook de mogelijkheid om alle toekomstige premies te betalen moet worden beoordeeld. Leegstand, grote werken of lagere inkomsten kunnen extra geld vragen.
  • De gevoeligheidstabel houdt de oorspronkelijk berekende premie vast. Enkel het gerealiseerde IPT-rendement verandert; een tekort is niet automatisch gedekt.

Bronnen bij de fiscale en contractuele uitleg

Referentiedatum: 4 oktober 2026. Rentevoeten, rendementen en aankoopkosten zijn aanpasbare voorbeeldwaarden, geen actuele offertes of voorspellingen.